Energie komt uit het niets. Letterlijk. In de kwantumnatuurkunde is inmiddels bekend dat de allerkleinste deeltjes die we kennen, fotonen, zomaar uit het niets ontstaan en aan het einde van hun leven ook weer in het niets verdwijnen. Dit ‘niets’ wordt de non-lokale ruimte genoemd. Dat is eigenlijk een vreemd woord, want non-lokaal betekent ‘zonder plaats’. Een ruimte die er niet is, dus.

Wetenschappers hebben zich inmiddels al decennia over de non-lokale ruimte gebogen en een aantal van hen zijn tot de conclusie gekomen dat deze ‘plaats-die-geen-plaats-is’ meer is dan een ‘niets’. De non-lokale ruimte bevat informatie. Het is een soort grote soep met alle mogelijkheden die bestaan. Een kwantumdeeltje bevindt zich in die ‘soep’ in een toestand die alle mogelijkheden in zich bevat. Zodra het deeltje in de materiële wereld verschijnt, is er nog slechts één mogelijkheid over. Namelijk de plaats en vorm die het kwantumdeeltje op dat moment heeft aangenomen.

Wat beslist hoe en waar het foton verschijnt? Wetenschappers denken tegenwoordig dat er een rol is weggelegd voor bewustzijn. De non-lokale ruimte lijkt een bewustzijnsveld te zijn dat aan de basis ligt van onze werkelijkheid. Dit bewustzijn bepaalt of en hoe een foton verschijnt. Een foton is een vorm van energie. Bewustzijn is dus de basis voor energie.

Fotonen zijn piepkleine (licht)deeltjes. Ze zijn eigenlijk energiedeeltjes of lichtgolven, afhankelijk van hoe je ernaar kijkt. Of deze relatie tussen bewustzijn en materie ook voor grotere deeltjes geldt, bijvoorbeeld voor organismen en al het andere op aarde, is nog onderwerp van debat. Volgens Einstein is deze gevolgtrekking logisch: energie en materie kunnen in elkaar worden omgezet. De relatie tussen bewustzijn, energie en materie zou er dan als volgt uit moeten zien:

Bewustzijn <–> Energie <–> Materie

Bewustzijn kan energie laten ontstaan, energie kan worden omgezet in materie. Als we Einstein volgen, moet de relatie ook andersom gelden. Materie kan worden omgezet in energie en energie kan worden opgenomen in het bewustzijnsveld/de non-lokale ruimte. De relatie tussen lichaam en geest lijkt hiermee vele malen concreter dan we altijd dachten.

Onderzoeken naar energetische therapie bevestigen de invloed van bewustzijn op energie, van energie op materie en andersom. In de energetische therapie wordt de non-lokale ruimte vaak een ‘hoger bewustzijn’ genoemd. De energie die tijdens een behandeling wordt gebruikt, komt uit deze ruimte, of bewustzijnsveld. Aangezien deze energie informatiedrager is (bewustzijn –> energie), vertelt de informatie in de energie je lichaam hoe het weer gezond moet worden: de informatie-energie komt het lichaam binnen via energiebanen, waar ze wordt omgezet in elektrische impulsen die het zenuwstelsel kan oppikken.

Bewustzijn en non-lokaliteit lijken bij elkaar te horen. Onderzoeken naar bijna-dood-ervaringen bevestigen de non-lokaliteit van bewustzijn: zelfs als onze hersenen het niet meer doen, kunnen we ons bewust zijn van onze omgeving. Ons bewustzijn ‘huist’ dus niet in onze hersenen, maar wordt er slechts door verwerkt en doorgegeven aan ons lichaam. We kunnen dit ook op een andere manier zeggen: de energie die ontstaat uit de non-lokale ruimte/het bewustzijnsveld is een informatiedrager. Net als de meeste vormen van energie die wij kennen (denk aan radiogolven, digitale communicatie en medische toepassingen van energetische diagnostiek zoals MRI). Onze hersenen zijn in staat om informatie uit dit veld te ontvangen, zoals een radio het geluid uit een radiozender kan ontvangen.